vrijkaarten

Vrijkaarten niet verplicht voor pers

Als promotor, club of festival is het geen onbekend fenomeen: vlak voordat het grote feest plaatsvindt vindt een nog groter gebeuren plaats; de run op vrijkaarten en gastenlijstplekken. Herkenbaar?

Niet alleen in de dancewereld is dit een dingetje, ook in operaland gebeurt dit. Zelfs zo erg dat het tot een rechtszaak kwam. En nog erger; een hoger beroep, want een recensent was het er écht niet mee eens dat hij geen vrijkaarten kreeg én niet naar de zogenaamde ‘nazit’ mocht. De nazit is een soort after in de operascene.

Kort geding over vrijkaarten

Er was eens een recensent. De recensent had een blog genaamd de Opera Gazet, een soort DJ Mag voor opera. Hij kreeg geen vergoeding voor het schrijven van zijn recensies. Hij meldde zich altijd netjes voor een voorstelling en vroeg dan om vrijkaarten. Die vrijkaarten kreeg hij ook 3 jaar lang. De recensent mocht ook vaak naar de ‘voorzit’, de pre party en de ‘nazit’, de after party komen.

Maar nu komt het, één van de recensies was een beetje zuur. Daar had de Nationale Opera niet zo’n zin in en besloot om geen vrijkaarten meer te geven. En, geen bandjes meer voor de after. Hierop startte de recensent een procedure, waarin hij stelde dat sprake is van schending van het recht op vrije nieuwsgaring uit artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Artikel 10 EVRM

In artikel 10 EVRM staat het volgende:

Article 10. – Freedom of expression         

  1. Everyone has the right to freedom of expression. This right shall include freedom to hold opinions and to receive and impart information and ideas without interference by public authority and regardless of frontiers. This Article shall not prevent States from requiring the licensing of broadcasting, television or cinema enterprises.
  • The exercise of these freedoms, since it carries with it duties and responsibilities, may be subject to such formalities, conditions, restrictions or penalties as are prescribed by law and are necessary in a democratic society, in the interests of national security, territorial integrity or public safety, for the prevention of disorder or crime, for the protection of health or morals, for the protection of the reputation or rights of others, for preventing the disclosure of information received in confidence, or for maintaining the authority and impartiality of the judiciary.

Artikel 7 grondwet

In een soortgelijk artikel 7 uit onze grondwet staat het volgende:

  1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
  2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisieuitzending.
  3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.
  4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

Als je de toelichting op vrijheid van meningsuiting in onze grondwet wil lezen, kijk dan even op https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vkugbqvdsyww/artikel_7_vrijheid_van_meningsuiting.

Schending van persvrijheid

Dat gezegd hebbende, stelde de Opera dat er geen schending was van de persvrijheid. De recensent mag nog wel komen, maar de Opera geeft gewoon geen gratis kaarten meer weg, omdat zij hem vanwege zijn activistische houding niet langer serieus neemt als journalist. Zij voert daartoe allerlei redenen aan, maar de rechtbank acht die niet van groot belang. Het belangrijkste oordeel is dat de recensent zijn werk prima kan doen, maar niet gratis.

De Opera krijgt in eerste aanleg gelijk en dat kost de recensent € 1.606 aan proceskosten. Maar hij laat het daar niet bij en gaat in hoger beroep.

Hoger beroep

Het Hof maakt ook korte metten met het verweer (‘de grieven’) in hoger beroep:

“Het Hof oordeelt dat het recht op vrije nieuwsgaring als bedoeld in artikel 10 EVRM voor eiser niet het recht voortvloeit om kosteloos iedere door hem gekozen premièrevoorstelling van de Nationale Opera te blijven bezoeken. Dat eiser voortaan de voor publiek gebruikelijke toegangsprijs moet betalen, vormt als zodanig geen belemmering van zijn recht op vrije nieuwsgaring. Door van eiser te verlangen dat hij zich tegen betaling van een toegangskaart voorziet voor een premièrevoorstelling die hij wil recenseren, onthoudt de Nationale Opera eiser immers geen informatie. De Nationale Opera heeft verder onweersproken aangevoerd dat de nazit een ontspannen en feestelijke bijeenkomst is, vooral bestemd om de artiesten en donateurs te bedanken. Het hof acht door de Nationale Opera voldoende aannemelijk gemaakt dat de nazit vanuit journalistiek oogpunt van beperkte betekenis is. Bovendien zijn er voldoende alternatieven om de door eiser bij de nazit nagestreefde informatie te vergaren, zo oordeelt het Hof.”

Bron: https://www.boek9.nl/items/iept20190827-hof-amsterdam-nationale-opera.

Als je de hele uitspraak wil lezen, kijk dan op https://www.boek9.nl/system/files/B92019/B920190827_Hof_Amsterdam_Nationale_Opera.pdf.

Proceskosten

Omdat het Hof de recensent wederom in het ongelijk stelt, kost hem dit nog eens (minimaal) € 4.079. De hele zaak heeft dus minstens € 1.606 + € 4.079 = € 5.685 gekost. Daar kun je aardig wat operakaartjes voor kopen, maar inderdaad, je kan er ook voor gaan procederen.

Update 20-1-2020

Ik kreeg enige tijd na de publicatie van dit artikel een zuur berichtje van de heer Olivier Keegel van de Opera Gazet, de verliezer in bovengenoemde zaak:

Geachte heer Petit,

Als u verslag doet van een procedure, is enig feitenonderzoek wenselijk. De conclusie van uw artikel “vrijkaarten niet verplicht voor pers” bevat een pijnlijke en onjuiste “uitsmijter”:

“Omdat het Hof de recensent wederom in het ongelijk stelt, kost hem dit nog eens (minimaal) € 4.079. De hele zaak heeft dus minstens € 1.606 + € 4.079 = € 5.685 gekost. Daar kun je aardig wat operakaartjes voor kopen, maar inderdaad, je kan er ook voor gaan procederen.”

Als u uw huiswerk had gedaan, had u geweten dat de Nederlandse Vereniging van Journalisten eigener beweging het Hoger Beroep namens mij heeft ingesteld. Ook alle kosten heeft de Nederlandse Vereniging van Journalisten op zich genomen.

Dat het Hoger Beroep mij “nog eens (minimaal) € 4.079” zou hebben gekost, is dus quatsch.

Dat het primair om de vrijkaartjes zou gaan is een oer-Nederlandse misvatting. Ten eerst zijn het geen vrijkaartjes, want er staat een verplichting tegenover, nl. een recensie schrijven en publiceren. Ten tweede ging het niet allereerst om kosteloze perskaarten, maar om de persbijeenkomsten voor en na de voorstelling, waar de pers zich kan verstaan met uitvoerenden. Die mogelijkheid hebben andere recensenten wel, en ik niet meer. Inderdaad, omdat De Nationale Opera mijn kritiek niet op prijs stelt.

De motivering van het Hof, “De Nationale Opera heeft verder onweersproken aangevoerd dat de nazit een ontspannen en feestelijke bijeenkomst is, vooral bestemd om de artiesten en donateurs te bedanken” is in flagrante strijd met de feiten. Mijn advocaat heeft uitvoerig betoogd dat er voor de pers niets “ontspannen en feestelijk” is aan deze “persbijeenkomst” (zoals De Nationale Opera deze bijeenkomst ook noemde).

Best regards,

Olivier Keegel
Opera Gazet

Reactie

Tja, wat moeten we hier nu mee? Ik snap dat de beste man baalt van de uitslag, maar echt zinnig is zijn reactie niet. Ik zal hieronder uitleggen waarom.

Procespartij

De Nederlandse Vereniging van Journalisten is geen procespartij in deze zaak, dat is namelijk niemand anders dan Olivier Keegel. Of de journalistenclub nou op eigener beweging hoger beroep heeft ingesteld of niet; meneer Keegel is nog steeds gewoon de enige procespartij en dus verantwoordelijk voor het aanvoeren van grieven (argumenten waarom dat de rechtbank de zaak niet goed heeft beoordeeld) en helaas ook voor de proceskostenveroordeling als de zaak verloren wordt. Als hij niet had willen doorprocederen, dan was daarmee de kous af.

Proceskosten

Zoals letterlijk in de beslissing van het Hof te lezen valt, moest de in het ongelijk gestelde partij, Keegel dus, € 726 + € 3.222 + € 131 = € 4.079 betalen en daar zou nog € 68 bijkomen als het vonnis zou moeten worden betekend. Dat betekenen gebeurt meestal alleen als de verliezende partij niet uit zichzelf aangeeft aan het vonnis te zullen voldoen of als je daar op een andere manier een aanleiding toe zou zien. Het andere kostenbedrag komt uit de zaak bij de rechtbank, die ook door Keegel werd verloren.

Het zal de beste man dan wellicht niet het procesbedrag hebben gekost omdat dit door een ander is gefinancierd (juridisch gezien ben je het dan wel verschuldigd, maar iemand anders mag voor je betalen), uiteindelijk boeit het natuurlijk geen zier wie er heeft betaald. Het gaat nogal ver om voor een dergelijk principieel iets een hoger beroep te gaan voeren. Maar goed, als iemands ego wordt gekrenkt, dan kunnen principes een rol gaan spelen en principes kosten geld.

“Verkeerd” oordeel Hof

Het Hof heeft het allemaal maar slecht begrepen, volgens Keegel. Tja, dat kun je vinden en het is echt heel vervelend als dat gebeurt. Maar zolang die uitspraak niet is hersteld of er cassatie is ingesteld, blijft het toch de ‘officiële’ weergave van de feiten voor zover dat in de procedure relevant is. En daar zal hij het mee moeten doen.

Petit Legal